FunpointsMagazine › Waarom heet het kermis?

🎪 Magazine

Waarom heet het eigenlijk "kermis"?

Je zegt het woord tien keer per kermisweek, maar waar komt het vandaan? De geschiedenis achter "kermis" is verrassend kerkelijk — en de taal van de foor is een wereld op zich.

Van kerk-mis naar kermis

Het woord "kermis" komt van kerkmis: de jaarlijkse mis waarmee een dorp de wijding van zijn kerk herdacht. Rond die feestdag groeide een markt met kramen en vermaak — en dat volksfeest erfde de naam. Het Franse "kermesse" is trouwens uit het Nederlands geleend.

In de middeleeuwen was de kerkwijdingsdag hét feest van het jaar: het hele dorp kwam samen, er werd gehandeld, gegeten en gevierd. Rondtrekkende kooplui en artiesten wisten precies wanneer welk dorp zijn kerkmis vierde en reisden van feest naar feest — de eerste foorreizigers, lang voor er een attractie bestond.

Van dorpsfeest tot botsauto's

Het religieuze luik verwaterde door de eeuwen heen, het feest bleef. In de negentiende eeuw veranderde de kermis voorgoed: stoommachines maakten draaiende attracties mogelijk en de carrousel veroverde de pleinen. Elke generatie bracht haar nieuwigheid — de botsauto's, de rups, het lunapark, de breakdance — maar het model bleef hetzelfde als in de middeleeuwen: reizende families die met hun zaak van dorp naar dorp trekken, het hele seizoen lang.

Dat de kermis een jaarlijks ritueel is gebleven, is geen toeval: ze staat er telkens rond dezelfde feestdag als eeuwen geleden. Vandaar dat elke gemeente haar éigen kermis heeft, op haar éigen moment van het jaar.

Erkend erfgoed

De Belgische kermiscultuur werd eind 2024 erkend door Unesco als immaterieel cultureel erfgoed — een eerbetoon aan de foorreizigersfamilies die de traditie generatie na generatie levend houden, van de standplaats tot de prijzenkast.

Het foortaal-woordenboek

Wie op het plein staat, spreekt zijn eigen taal. De belangrijkste begrippen op een rij:

Foor
Vlaams voor kermis; wie op de foor werkt, "reist met de foor". Vandaar ook foorkramer en foorreiziger.
Foorkramer / foorreiziger
De uitbater of medewerker van een kermiskraam of attractie, vaak uit een familie die al generaties reist.
Standplaats
De vaste plek op het plein die een kraam of attractie toegewezen krijgt voor de duur van de kermis.
Verpachting
De procedure waarmee een gemeente de standplaatsen op haar kermis toewijst, meestal in de winter — het "beslisseizoen" van de foor.
Prijzenkast
De uitgestalde wand met prijzen aan een spelkraam, van lampje tot reuzeknuffel. Hoe voller de kast, hoe sterker de trek.
Smoutebollen
Het Vlaamse kermisgebak bij uitstek, gebakken in "smout". In Nederland heten ze oliebollen — maar op de foor smaken ze anders, zeggen de kenners.
Lunapark
Overdekt kraam vol speelautomaten en grijpkranen; de naam gaat terug op de eerste grote pretparken van rond 1900.
Opbouw en afbraak
Het indrukwekkendste deel van het kermisleven dat het publiek zelden ziet: in enkele dagen verrijst en verdwijnt een compleet plein.
Kermiskoers
De wielerwedstrijd die in veel dorpen traditioneel tijdens de kermisweek wordt gereden — sport en foor op één affiche.

Zelf de traditie meemaken?

De mooiste manier om foortaal te leren is aan het kraam zelf. Kijk op de kermiskalender wanneer de kermis bij jou in de buurt staat, en spaar punten bij je bezoek — sparen hoort tenslotte al eeuwen bij de kermis.

De kermis, digitaal gespaard

Funpoints brengt het spaarkaartje van de foor naar je telefoon: punten op naam, echte prijzen, en een traditie die meegaat met haar tijd.

Zo werkt het voor bezoekers